De Nederlandse creatieve industrie is geconcentreerd in de Noordvleugel en bestaat uit een aantal deelsectoren die sterk ontwikkeld zijn, nauw verbonden met andere delen van de creatieve industrie en voor hun bestaansrecht ook afhankelijk zijn van de rest van de regionale economie. Dit geldt onder andere voor de kunstensector, radio en televisie, reclame en architectuur. Overigens is de Noordvleugel hier niet uniek in. Ook in andere regio’s in Europa zijn de reclamebureaus, de audiovisuele sector en kunst en cultuur vaak geclusterd in de grootste stedelijke agglomeraties van een land. In de periode 1996-2007 nam het aantal banen het meest toe in de sector mode en interieur. Daarnaast zijn design en gaming upcoming in de Noordvleugel. Ook hier is de Noordvleugel weinig onderscheidend, deze deelsectoren schieten ook in de andere delen van Europa en in de rest van de wereld als paddenstoelen de grond uit. Een derde overeenkomst is de teloorgang van de uitgeverijen. Hoewel deze bedrijfstak in de Noordvleugel maar ook in andere regio’s nog steeds goed is voor een aanzienlijk aandeel in de creatieve industrie is er wel sprake van dalende tendens. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de afnemende belangstelling voor traditionele media, in combinatie met een gebrek aan innoverend vermogen. Hoewel de inhoudelijke profielen van de creatieve industrie weinig onderscheidend zijn, is het vanwege de verschillen in achtergrond, aandeel van de creatieve industrie, groei en groeipotentie van (delen van) de creatieve industrie toch mogelijk om vier typen clusters te onderscheiden: De Noordvleugel past het best bij de heterogene superclusters, maar is minder ontwikkeld dan vooral Londen en Milaan. Daarnaast ontbreekt het de Noordvleugel (met uitzondering van Amsterdam) nog aan internationale uitstraling. De Noordvleugel ondervindt vooral concurrentie van het heterogene supercluster Londen en (in mindere mate, vanwege de culturele verschillen) Milaan. In deze clusters zijn gespecialiseerde onderaannemers, samenwerkingspartners en voldoende gekwalificeerd personeel aanwezig. Daarnaast is er een draagkrachtige regionale afzetmarkt en zijn de distributiekanalen goed ontwikkeld voor verdere afzet en export. De Noordvleugel concurreert ook met de opkomende creatieve clusters in Barcelona, Berlijn, Hamburg en Antwerpen. In deze steden zijn bovengenoemde randvoorwaarden voor vitale clusters wat minder sterk aanwezig, maar de groeicijfers wijzen op een gunstige ontwikkeling. Bovendien zijn de kosten van het levensonderhoud en de woonkosten lager dan in de topclusters. Samenvatting belangrijkste concurrenten van de Noordvleugel/Amsterdam Het beleid in Nederland om de creatieve industrie te stimuleren is vergelijkbaar met dat in Engeland. In beide landen gaat het vooral om nationaal beleid. De regionale en functionele uitwerking van het beleid is in Engeland beter georganiseerd dan in Nederland. In de Scandinavische landen en in Oostenrijk is het beleid ook nationaal ingebed, maar daar ligt de nadruk eerder op bepaalde sectoren (zoals multimedia in Finland, design in Zweden) dan in Nederland en Engeland. Zowel in Engeland en Nederland als in de Scandinavische landen is het beleid gericht op export, ondernemerschap en op clustering (ofwel regionale netwerkvorming). In Frankrijk en in Duitsland ontbreekt nog een overkoepelend beleid om de creatieve industrie te stimuleren. In Frankrijk zijn er wel een aantal landelijke programma’s om diverse sectoren te ondersteunen, zoals multimedia en design. In Duitsland is het beleid gedecentraliseerd en wordt door de staten afzonderlijk bepaald en ingevuld. Net als in Barcelona, Wenen en Berlijn is het beleid in Amsterdam (in de Noordvleugel minder) sterk gericht op het aantrekken van creatief talent met behulp van het cultureel stedelijk erfgoed, van grachtengordel tot NDSM. De rapportage sluit af met een SWOT, waarin de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van de creatieve industrie in de Noordvleugel zijn weergegeven en een tiental aanbevelingen. CCAA kan deze aanbevelingen gebruiken bij het opstellen van een marketingstrategie, om de Noordvleugel beter te promoten als nationale en internationale hub.De concurrentiekracht van de stedelijke regio’s hangt af van de vitaliteit en het innoverend vermogen van de clusters, ofwel concentraties van vergelijkbare en van elkaar afhankelijke bedrijven. Hoe hoger de concentratie van sectoren in een regio, hoe groter de verwachte concurrentiekracht. De concurrentie met andere regio’s neemt toe en tegelijkertijd lijken de verschillen tussen de regio’s steeds kleiner te worden.
Creative Cities Amsterdam Area (CCAA) heeft O+S gevraagd de concurrentiepositie van de Noordvleugel ten opzichte van andere regio’s in Europa in kaart te brengen, voor wat betreft het aantrekken van investeringen van (internationale) creatieve bedrijven en creatief talent.Solide basis
Sterke groeiers …
… en dalers
Vier typen clusters
Belangrijkste concurrenten

Verschillen in beleid
SWOT en aanbevelingen

